Categoriearchief: Maria

Wees gegroet, Maria

‘Wees gegroet, Maria’annunciatie
oecumenisch vieren van de
Aankondiging van de Heer
25 maart 2017
Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God mijn redder:
hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
ja grote dingen heeft de Machtige aan mij gedaan,
heilig is zijn naam.
(Lucas 1,46-49)

Maria in de Schrift en de liturgische traditie
Het zijn de woorden uit het Magnificat, het danklied van Maria, op grond waarvan de kerk sinds bijbelse tijden samen met haar de Eeuwige prijst, die haar bij monde van de engel Gabriël uitroept tot de gezegende onder de vrouwen. Gezegend omdat zij in het spoor van de moeders in Israël, zoals Sara en Hanna, geroepen wordt draagmoeder te zijn van de traditie van recht voor rechtelozen. Gezegend ook omdat Maria om diezelfde reden ook als moeder van de kerk kan worden gezien. Deze is immers volgens de apostel Paulus het ‘Lichaam van Christus’ (1 Korintiërs 12,12-27). Zij deelt in zijn menswording ten einde toe. Daarom prijst de kerk Maria gelukkig dat zij met haar instemming stem kan geven aan Gods lof. Daarbij laat de kerk zich door haar vermanen, zoals op de bruiloft in Kana, ‘alles te doen wat hij van u vraagt’ (Joh. 2,5). Dietrich Bonhoeffer zei over het Magnificat: ‘Het is tegelijk het meest hartstochtelijke, wilde, ja, men mag wel zeggen het meest revolutionaire adventslied dat ooit gezongen is. Dit is niet de zachte, tedere, dromerige Maria, zoals we haar vaak op afbeeldingen zien, maar het is de hartstochtelijke, in vervoering geraakte, trotse geestdriftige Maria die hier spreekt’.

Vanuit de traditie van het evangelie van Lucas ontwikkelen zich drie gedenkdagen van Maria. De eerste is de Aankondiging van de Heer. Sinds de zevende eeuw wordt dat feest in de kerken van Oost en West op 25 maart gevierd. Negen maanden voor de geboorte van de Heer. Op zijn menswording is dan ook deze gedenkdag gericht. Datzelfde geldt voor de beide andere mariale feesten die aan Lucas zijn ontleend: het bezoek van Maria aan Elisabeth (31 mei) en de opdracht van het Heer in de tempel (2 februari). In de traditie ontstonden nog meer gedenkdagen rond Maria. De bekendsten daarvan zijn ‘de geboorte van Maria (8 september) en het ‘ontslapen van Maria’ (15 augustus): de dag van haar ‘geboorte in de hemel’, zoals in de vroege kerk de sterfdag van martelaren en in hun spoor alle geloofsgetuigen wordt aangeduid.

In de gebeden voor deze gedenkdagen wordt de Eeuwige met een beroep op Maria aangeroepen. Maar nooit wordt zij zelf aangesproken. Altijd staat de lof van God om het heil dat hij in Christus heeft gebracht op de voorgrond. De gedenkdagen bedoelen een Christusfeest te zijn en niet omgekeerd. Of, zoals het gebed voor de Aankondiging van Heer bidt: ‘Schenk ons de Geest die over Maria kwam, uw kracht die haar overschaduwde, opdat uw Woord ook aan ons geschiedt: Christus, onze Heer’.
Maria in de oecumene
In de 500 jaar die Rome en Reformatie inmiddels scheiden speelt Maria haar eigen rol. Meestal in polemische zin en ter adstructie van het eigenlijk gelijk tegenover de ander. Dit is niet de plaats om daar nu nader op te gaan. Belangrijk is dat in de oecumenische dialoog van de laatste vijftig jaar ook Maria een eigen plaats heeft gekregen. In dit Lutherjaar 2017 kunnen we verwijzen naar de katechismus van de Duitse Lutherse kerk. Daarin wordt over Maria gezegd: ‘Zij is de voorbeeldige luisteraar naar Gods woord, die ja zegt tegen Gods wil, als de begenadigde, die zichzelf niets is, maar door God nu juist alles is. Zo is Maria het oerbeeld van de mensen, die zich door God laten openen en begenadigen, de gemeenschap van de gelovigen, de Kerk’. De rooms-katholieke bisschoppen in Duitsland stemmen met dit citaat in: ‘Zo is Maria het grote voorbeeld en oerbeeld van het christelijk geloof. Dat kunnen katholieke en protestantse christenen gezamenlijk over Maria uitspreken’. In oecumenisch wereldverband hebben inmiddels de nodige uitwisselingen plaatsgevonden over Maria. Daarbij is een grote mate van herkenning over en weer gebleken. Er bestaat duidelijk overeenstemming tussen katholieken en protestanten over de rol van Maria als beeld van het geloofsvertrouwen en als beeld van de kerk. Behalve over de persoon van Maria ging het in de oecumenische dialoog ook over haar gedenkdagen als Christusfeesten. Zowel de rooms-katholieke, oud-katholieke, anglicaanse en lutherse tradities beschouwen en vieren de gedenkdagen van Maria als Christusfeesten. Alle vieren ze in ieder geval de Aankondiging van de Heer als een belangrijke feestdag. Luther noemde het zelfs ‘eins der führnehmsten Feste’ en hij pleitte er voor het eerste deel van het ‘Wees gegroet’ uit de katholieke traditie te behouden als een teken van eerbied en toewijding: ‘Wees gegroet,Maria, vol van genade, de Heer is met u. Gezegend zijt gij en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot’.

Vieren van de Aankondiging van de Heer
In dat oecumenische spoor heeft het Oecumenisch Forum voor Katholiciteit (OFK) enkele jaren geleden besloten aandacht geven aan Maria als moeder van de Heer in studie, gesprek en viering. Het OFK meent dat deze hernieuwde aandacht voor de gedachtenis van de plaats van Maria in Schrift en traditie in Nederland een impuls kan betekenen voor de oecumenische dialoog. Het vieren van de heilsgeheimen levert daaraan een eigen bijdrage, gedachtig het aloude adagium ‘lex orandi, lex credendi’ – zoals de kerk bidt, zo gelooft zij.

Met als directe aanleiding het Lutherjaar 2017, waarin de rooms-katholiek-reformatorische dialoog grote aandacht zal krijgen, stelt het OFK voor dat op de (voor)avond van de Aankondiging van de Heer (vrijdag 24 of zaterdag 25 maart) parochies en gemeenten een zo mogelijk oecumenische vesper of gebedsdienst houden om met Maria te gedenken dat ‘de Machtige grote dingen voor mij heeft gedaan’. En daarbij haar antwoord ‘Mij geschiede naar uw woord’ , te vieren als het door Gods genade bewerkte, vrije antwoord op zijn heilsaanbod voor heel de mensheid. Een uitdaging voor de kerken om in die vrijheid God en elkaar te ontmoeten. Een vrijheid die onze begrenzingen doorbreekt. Een uitdaging om wat Luther over het Magnificat schreef: haar houding van eenvoud en dienstvaardigheid als heilige geloofsgetuige, in onze dagen gezamenlijk te beproeven als voorbeeld voor alle gelovigen.

De redactie van De Eerste Dag (DED) en het moderamen van de Raad van Kerken hebben er op voorstel van het OFK mee ingestemd in DED suggesties aan te reiken voor een viering van ‘De aankondiging van de Heer’ op vrijdag 24 of zaterdag 25 maart 2017. Meer materiaal daarvoor is te vinden op www.de-eerste-dag.nl

Hans Uytenbogaardt
lid OFK

Feestdag voor Maria

Maria Boodschap, 25 maart, viel dit jaar tijdens ons verblijf in het klooster. Samen met de monniken en andere gasten hebben wij dit toen ook gevierd. Wij, dat wil zeggen een groep derdejaars bachelorstudenten van de Theologische Universiteit Kampen, met twee docenten als begeleiders. Het was in ieder geval voor mij de eerste keer dat ik dit feest bewust meemaakte.

Kun je als protestant dit feest eigenlijk wel meevieren? De datum hoeft geen probleem te zijn. We vieren Kerst ook gewoon op 25 december, waarom dan niet 9 maanden eerder de aankondiging ervan?  En er zijn heel veel redenen om juist dan de aandacht te richten op Maria.

Als protestant wil je leven bij het sola gratia – alleen door genade. En Maria is begenadigd, zoals de engel zegt (Luc. 1:28). Op een feestdag voor haar vier je de wonderlijke genade die haar door God is geschonken. Sola fide: want ‘Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan’ (Luc. 1:45). Elizabeth zegt dat over Maria in tegenstelling tot haar man Zacharias. Maria als voorbeeld, om alleen in geloof te leven. Sola scriptura: dan ook de bijbel serieus nemen als Maria daarin zeggen mag ‘Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen’ (Luc. 1:48) – en daar dus aan meedoen.

Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen probleem zou zijn met een oecumenische Maria feestdag, waarin Rooms en protestant samen Maria gelukkig prijzen. De drie slagzinnen van de reformatie wijzen op het enige waarop het werkelijk aankomt: Solus Christus. Alleen door Hem ontvangen we genade op genade (Joh. 1:16). Het geloof richt zich dan ook alleen op Hem, de drager van de enige naam op aarde die de mens redding biedt (Hand. 4:12). De Schrift is in haar geheel getuigenis van Hem (Joh. 5:39). Het probleem van de nieuwere Maria-dogma’s in de Rooms-katholieke kerk (over de onbevlekte ontvangenis en de hemelvaart van Maria) is dat ze het Solus Christus bedreigen. Maria wordt wel heel erg op één lijn gesteld met haar Zoon. God zij dank is er geen dogma gekomen over Maria als medeverlosseres. Maar de roep om dat dogma heeft wel herhaaldelijk geklonken. Het illustreert het gevaar van de andere genoemde leeruitspraken.

Dr. Munsterman doet het voorstel deze dogma’s ‘niet al te historisch en letterlijk’ te nemen, maar te kijken ‘naar de theologische en symbolische bedoeling’. Op die bedoeling ben ik nu juist niet helemaal gerust. Maar zijn voorstel wijst wel in de goede richting: laten we naar aanleiding van de feestdag voor Maria grondig en eerlijk doorspreken over wat ons verbindt en wat ons scheidt als het gaat om de moeder van onze Heer.

Binnenkort vieren we Hervormingsdag, 31 oktober. Als zelfs een gebeurtenis uit de kerkgeschiedenis een feestdag waard is, dan toch zeker dit heel bijzondere moment uit de heilsgeschiedenis, de boodschap aan de maagd Maria. Ik steun het voorstel om er een oecumenische feestdag voor Maria van te maken.

Barend Kamphuis

Maria

De maagd Maria heeft in alles de wil van de Vader volbracht,
en wel omdat ze in volledige overgave geloofd heeft
en dankzij dit geloof Christus ontvangen heeft.
Maria, uitgekozen als degene uit wie
ons heil als mens geboren zou worden;
Maria, door Christus geschapen
voordat Hij in haar geschapen werd.
Inderdaad, ze heeft de wil van de Vader volledig volbracht.
Daarom ook betekent het voor Maria méér
om leerlinge van Christus te zijn
dan om moeder van Hem geweest te zijn.

Ja, inderdaad,
gelukkig wie het Woord van God horen en het bewaren.
Ook Maria was gelukkig,
omdat ze het Woord van God aanhoorde en ernaar leefde.
En ze was dat intenser omdat ze het Woord van God geloofde
dan omdat zij God ontving in haar schoot.
Inniger bewaarde zij de waarheid in haar geest
dan de mens in haar schoot.
En méér is wat in de geest dan wat in de schoot gedragen wordt!

Heilig is Maria, gelukkig is Maria,
maar méér nog dan zij is dit de kerk.
Waarom?
Omdat Maria een lid is van de kerk,
weliswaar een heilig lid,
een voortreffelijk en boven allen verheven lid,
maar toch een lid van dat lichaam.
En het lichaam als geheel is meer dan een enkel lid.
Hoofd is de Heer, Hoofd en lichaam samen vormen de gehele Christus.
Wat moet ik verder nog zeggen?
Een goddelijk Hoofd hebben we, God is ons Hoofd.

Augustinus (De natura et gratia 42)

Oecumenische Marialeer

 

De oecumenische Marialeer van Hendro Munsterman:
‘Maria is een symbool van pure genade’

maria

Icoon van Maria, de vrouw die ja zei tegen God, en van haar Zoon Jezus. | beeld ap / Petros Karadjias

 

 

10 oktober 2015, 03:00 Barneveld

Gerald Bruins

De rooms-katholieke theoloog Hendro Munsterman komt met een aanzet tot een Marialeer waarin zowel rooms-katholieken als protestanten zich kunnen vinden.

‘Maria is een beeld van de verlossing die God mij geschonken heeft, een symbool van pure genade.’

De rooms-katholieke theoloog Hendro Munsterman, Vaticaancommentator van het Nederlands Dagblad, komt vandaag op een ontmoetingsdag van het Oecumenisch Forum voor Katholiciteit met een schets van een oecumenische Marialeer. De hoop is dat protestanten en katholieken samen een feestdag ter ere van Maria gaan vieren – elk jaar op 25 maart.

Wat zijn de pijnpunten tussen katholieken en protestanten, als het gaat om Maria?

‘In de eerste plaats de medewerking van Maria aan het heil in Christus. Heeft zij, door ja te zeggen toen de engel zei dat zij zwanger zou worden van Jezus, bijgedragen aan de redding van de wereld, of was zij slechts een instrument in handen van een soevereine God? Katholieken zeggen het eerste, protestanten staan op het tweede standpunt. In de tweede plaats kent de Rooms-Katholieke Kerk drie dogma’s waarmee protestanten moeite hebben: de onbevlekte ontvangenis – Maria is geboren zonder zonde; de altijddurende maagdelijkheid van Maria en Maria’s tenhemelopneming. In de derde plaats is er de vraag of we tot Maria kunnen bidden, wat volgens katholieken mag, maar volgens protestanten niet.’

Hét pijnpunt is toch Maria als middelares tussen mens en God, een positie die volgens protestanten exclusief aan Jezus toekomt?

‘Dat is een misverstand bij protestanten en trouwens ook bij veel katholieken. Maria als middelares is namelijk geen dogma. Katholieken zien Maria als een biddende middelares, in die zin dat zij voor mij kan bidden zoals ik voor jou kan bidden. De bemiddeling van het heil, de genade, komt alleen Jezus Christus toe. Als wij het goed uitleggen, hoeft dit geen punt te zijn tussen katholieken en protestanten.’

Hoe ziet uw oecumenische Marialeer eruit?

‘In de oecumenische dialoog bestonden en bestaan over en weer vooroordelen. Bijvoorbeeld dat katholieken Maria aanbidden. Maar wij doen niets anders dan in de Bijbel staat. Maria zegt zelf dat alle geslachten haar gelukkig zullen prijzen.

Aan de andere kant denken katholieken dat de reformatoren de Mariadevotie aan de kant schoven. Dat klopt niet, de mooiste meditatie over de lofzang van Maria is geschreven door Luther.

In de tweede helft van de twintigste eeuw gebeuren er twee dingen in de oecumenische dialoog over Maria: de protestanten krijgen meer oog voor de positie van Maria in de Bijbel, en de katholieken laten hun beeld van Maria meer bepalen door de Bijbel.

Mijn voorstel aan het adres van mijn eigen kerk is: lees de leeruitspraken over Maria niet al te historisch en letterlijk, maar kijk naar de theologische en symbolische bedoeling. Dat Maria bijvoorbeeld zonder erfzonde is geboren, wil zeggen dat God zich wil inlaten met ons mensen; de redding door Christus, die ontvangen is door Maria, is een kwestie van sola gratia – alleen genade.’

Waarom zouden protestanten meer oog moeten hebben voor Maria, laat staan warmlopen voor een feestdag?

‘Als ik voor een Maria-icoon ga zitten, zie ik een vrouw die ja heeft gezegd tegen God en zo laat zien dat ik altijd weer hetzelfde mag doen. Zij is een spiegel: in haar zie ik mezelf zoals God mij gewild heeft en zoals ik later zal zijn, als voltooide schepping. Maria is een beeld van de verlossing die God mij geschonken heeft, een symbool van pure genade. Een gezamenlijke feestdag laat zien dat Mariaverering draait om Christus en om niets anders.’

 

Copyright © 2015 Nederlands Dagblad