De katholieke onderlaag van elkaars tradities ontdekken

 

Ik geloof dat Munsterman gelijk heeft: het doel van de oecumene is de katholieke traditie binnen de protestantse traditie ontdekken en omgekeerd. Maar om misverstand te voorkomen zeg ik het liever iets precieser: het gaat erom dat we als protestanten en rooms-katholieken bij elkaar de katholieke onderlaag van de van de christelijke geloofstraditie ontdekken. Dat is mooi gezegd, maar hoe werkt dat in de praktijk? Met die vraag in mijn achterhoofd heb ik de laatste tijd de kerkelijke pers gelezen. En tot mijn verrassing kwam ik een aantal interessante voorbeelden tegen van protestantse theologen die er blijk van geven dat ze de katholieke laag van de christelijke geloofstraditie ontdekt hebben. Ik geef drie voorbeelden, over de katholiciteit van respectievelijk het monumentale kerkgebouw, de avondmaalsviering en de liturgie.

De katholiciteit van een monumentaal kerkgebouw
In het Friesch Dagblad van 3 augustus 2016 stond een interview met de jonge theoloog Jan Jaap Stegeman, predikant van de Grote Kerk in Leeuwarden, de kerk van het voormalige Dominicanenklooster dat ooit op die plek stond. In dat monumentale gebouw ervaart hij de kracht van de christelijke geloofstraditie. ‘Ik heb  gewoon zo’n groot oud gebouw nodig. Dat staat voor de traditie die mij draagt en het idee dat ik niet de eerste ben. Ik denk trouwens dat dat besef precies iets is wat we als moderne mensen nodig hebben. Dat besef is goed en heilzaam. We gedragen ons zo vaak alsof we de eersten zijn en alle grondstoffen maar uit de aarde mogen opeten. Het is daarmee ook een moreel besef. Voor mij begint dat bij de verwondering over zo’n gebouw: dat je deel uitmaakt van een veel groter geheel en dat je daarin bent opgenomen. Dat is ook mijn drive: om God als het grote geheim waarin je bestaat voelbaar te maken voor mensen – dat we het leven gekregen hebben en dat we niet de eersten zijn’.

De katholiciteit van de avondmaalsviering
In het Nederlands Dagblad van 23 september 2016 schrijft Bram van de Beek over een lutherse avondmaalsviering die hij meemaak in IJsland: eerbiedig, stil en zorgvuldig, Niets ademde een sfeer van oppervlakkigheid, veeleer van heiligheid’. We verstonden geen woord, maar de vaste elementen in de liturgie maakten dat je alles toch kon volgen’. Na de preek, waar hij niets van verstaan had, kwamen de gemeenteleden naar voren, ontvingen het brood uit de hand van de voorganger en doopten het in de wijn. Het zonlicht, het licht van Pasen, straalde door de ramen van het koor en intussen zong het koor:

Ziel, mijn ziel, aanvaard uw luister,
treed tevoorschijn uit het duister,
om u met het licht te sieren
en uw zaligheid te vieren.

Van de Beek schrijft dan: ‘Zo zou ik het avondmaal, de eucharistie, willen vieren. Zo vieren we de gemeenschap met Christus en in Christus met elkaar. We ontvangen het eeuwige leven in Hem en delen we in de heiligheid en het licht van de gemeenschap met God. In de viering van de eucharistie is de hemel op aarde, of beter: worden wij ‘opwaarts geheven in de hemel, waar Christus is aan de rechterhand van God de Vader’. Die morgen besefte ik opnieuw hoe arm de gereformeerde traditie is door gemis aan sacramenteel besef. Alles geconcentreerd op de preek, die als een lezing wordt beoordeeld’.  (…) ‘Hoe anders zou het kunnen zijn als het sacramentele bewustzijn dat juist de vroege gereformeerde Reformatie kenmerkte, opnieuw centraal zou staan in de kerken van onze traditie’.

De katholiciteit van de liturgie
In kringen van de Gereformeerde Bond binnen de PKN wordt vaak gezegd ‘dat een echte bonder katholiek denkt’. De waarheid van die uitspraak vond ik bevestigd in een artikel van Ds A.J. Mensink, tot voor kort voorzitter van de Bond. Het staat afgedrukt in De Waarheidsvriend van 27 mei 2016 en is getiteld ‘Geroepen tot liturgie’. Mensink wijst daarin op een tekort aan liturgische bezinning in zijn kring. ‘Ik wil wijzen op een wezenlijk aspect van de liturgie dat ook in onze publicaties en bezinning nagenoeg ontbreekt. Dat is de overtuiging dat de liturgie ‘de liturgie van de kerk’ is. (…) ‘In de lijn van de Reformatie en de Nadere Reformatie hechten wij grote waarde aan het persoonlijk, gelovig mééleven doorléven van de eredienst. In prediking, gebed, sacrament en psalmgezang ging en gaat het ons erom dat ons hárt geraakt wordt’ (…) De keerzijde van deze persoonlijke betekenis van de liturgie is dat iemand kan zeggen: ‘ik had er vanmorgen niets aan, het raakte me niet’ (…) Als deze piëtistische invalshoek

zich echter verzwagert met modern individualisme, wordt het onontkoombaar dat persoonlijke beleving de maat van de liturgie wordt’ (…) ‘Maar de liturgie is niet van ons – zij is van de kerk, de gemeente (…), die er is voordat ik er ben, en voordat ik mij bij haar aansluit’. (…) ‘Zouden we als protestanten in dit opzicht niet een scheutje katholiek besef kunnen gebruiken? Het komt mij voor dat dat de katholieke kerken in deze wereld, zowel de rooms-katholieke vals de oosters-orthodoxe kerken veel meer besef bewaard hebben van het besef dat wij niet de liturgie vormen, maar dat de liturgie ons vormt. De rooms-katholieke theoloog Romano Guardini schrijft: ‘Niet de enkeling is drager van litiurgisch handelen en bidden. Ook niet de som van de afzonderlijke wezens. Het ‘ik’ van de liturgie is veeleer het geheel van de gelovige gemeenschap als zodanig, hetgeen meer is dan de som der delen, en dat uitstijgt boven de aritmetische optelling van de individuen, namelijk: de kerk.’

Drie protestantse stemmen uit heel verschillende hoeken, maar overduidelijk stemmen die de katholieke laag  van de christelijke geloofstraditie ontdekt hebben en daarom alle christenen iets te zeggen hebben. Er zullen ongetwijfeld ook dergelijk voorbeelden te noemen zijn uit andere tradities (rooms-katholiek, orthodox, anglicaans, enz.), maar daarover een andere keer.

 

Share