Tagarchief: voor

Tijd is rijp voor protestantse bisschoppen

bisschoppen

beeld Wikimedia / Pål Berge

 

NEDERLANDS DAGBLAD 23 oktober 2015, 05:24

Opinie

 

Hans Kronenburg * protestants emeritus predikant, gepromoveerd op een theologie voor een protestants bisschopsambt

Het toekomstrapport van de Protestantse Kerk beveelt de vorming van acht regio’s aan, elk geleid door een predikant met ‘bisschoppelijke gaven’ – een bisschop dus. Hopelijk durft de synode dat aan.

Er is heel wat reuring ontstaan in de PKN (en daarbuiten!) vanwege de nota Kerk 2025 van synodesecretaris dr. Arjan Plaisier. Begrijpelijk, want wat erin staat klinkt nogal revolutionair. De hele PKN lijkt organisatorisch op haar kop gezet te gaan worden.

Het meest opvallend is de voorgestelde opheffing van de 74 classicale (regionale) vergaderingen, wegens gebrek aan menskracht. Daarvoor in de plaats zouden dan acht regionale synodes komen, met aan het hoofd evenzoveel ‘capabele predikanten met bisschoppelijke gaven’. Zij staan predikanten en gemeenten met raad en daad bij, maar krijgen ook bevoegdheden, vooral als het gaat om conflictbemiddeling.

De media betitelden deze figuur al als ‘een soort protestantse bisschop’. De nota zelf noemt hem pastor pastorum, herder van de herders.

Voordat de synode van de PKN op 12 november dit punt gaat bespreken, zou ik haar een paar dingen in overweging willen geven.

bisschop

Ik zou het zeer toejuichen wanneer een dergelijke figuur wordt ingevoerd in de PKN, mits hij/zij zich niet gaat gedragen als een manager of een ‘directeur’. Want dan zijn we nog verder van huis. Maak er ook geen ‘roomse prelaat’ van, maar een echte bisschop. De gestalte die oprijst uit de beschrijving in de nota, vertoont immers alle trekken van een bisschop – waarom hem dan geen bisschop genoemd? En dan bedoel ik een herderlijke episkopos (letterlijk ‘omziener’), zoals aanbevolen in het Limarapport van 1982 en recentelijk in het document The Church van de Wereldraad van Kerken. Dat is door meer dan 300 episcopale en niet-episcopale kerken aanvaard. De mainstream van de oecumene is er zo langzamerhand van overtuigd dat een vorm van persoonlijk opzicht voor de kerken gewenst is.

Bisschoppen in de kerk van Christus geven aan de kerk een persoonlijk gezicht; ze dienen ingebed te zijn in collegiale overlegstructuren en gekozen te worden door de gemeenten.

kerkmodel

Ook in de nota van Plaisier wordt weer gesuggereerd dat een presbyteriaal, een congregationalistisch en een episcopaal kerkmodel elkaar uitsluiten. Maar dat is een achterhaalde opvatting. De ontwikkeling in de oecumene wijst al jarenlang in de richting van een ‘episco-presby-gationeel’ kerkmodel, dat recht doet aan de sterke punten van alle drie de tradities. De Kerk van Zuid-India is daarvan een mooi voorbeeld. Ik raad de synode van de PKN aan dit model – dat ook model stond voor het Limarapport – grondig te bestuderen voordat zij een beslissing neemt.

lutheranen

Maar we hoeven niet zo ver weg te zoeken: de PKN heeft een episcopale traditie in huis! Het bisschopsambt ligt verankerd in de Augsburgse Confessie, de belijdenis die bij de vorming van de PKN in 2004 is ingebracht door de lutheranen. Die gaat er als vanzelfsprekend van uit dat de kerk bisschoppen heeft (artikel 28), geen mannen met (politieke) macht, maar dienaren van Woord en sacrament en hoeders van de geloofstraditie. De meeste lutherse kerken (Amerika, Scandinavië, Duitsland) hebben dan ook bisschoppen, maar in ons land durfden de lutheranen, toen ze in de zestiende eeuw naar het calvinistische Nederland kwamen, daar niet mee aan te komen. Dat was toen begrijpelijk, maar vijfhonderd jaar later, nu de ambtelijke structuur van de Protestantse Kerk dreigt te verpulveren, is het tijd om dit stukje luthers erfgoed uit de kast te halen en er ons voordeel mee te doen.

oecumene

Bij de vorming van regio’s lijkt het mij belangrijk om de grenzen zo veel mogelijk gelijk te trekken met de zeven rooms-katholieke bisdommen (vanwege de verschillen in omvang zal het niet overal lukken). Dat zal de oecumenische verhoudingen ten goede komen, omdat er dan veel gemakkelijker dan tot nu toe kan worden samengewerkt op liturgisch, diaconaal en missionair gebied. Daarmee zouden niet alleen de afzonderlijke kerken gediend zijn, maar de hele samenleving.

Kerk 2025 is een moedig stuk, dat als basis kan dienen om op voort te bouwen in de richting van een meer eigentijdse én meer katholieke kerkstructuur. Een bisschop (m/v) als teken van eenheid, als pastor en als ‘gezicht’ naar buiten toe zou een weldaad zijn voor de kerk. Ik hoop dan ook dat de synode de moed heeft om nu door te zetten.

Share

Feestdag voor Maria

Maria Boodschap, 25 maart, viel dit jaar tijdens ons verblijf in het klooster. Samen met de monniken en andere gasten hebben wij dit toen ook gevierd. Wij, dat wil zeggen een groep derdejaars bachelorstudenten van de Theologische Universiteit Kampen, met twee docenten als begeleiders. Het was in ieder geval voor mij de eerste keer dat ik dit feest bewust meemaakte.

Kun je als protestant dit feest eigenlijk wel meevieren? De datum hoeft geen probleem te zijn. We vieren Kerst ook gewoon op 25 december, waarom dan niet 9 maanden eerder de aankondiging ervan?  En er zijn heel veel redenen om juist dan de aandacht te richten op Maria.

Als protestant wil je leven bij het sola gratia – alleen door genade. En Maria is begenadigd, zoals de engel zegt (Luc. 1:28). Op een feestdag voor haar vier je de wonderlijke genade die haar door God is geschonken. Sola fide: want ‘Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan’ (Luc. 1:45). Elizabeth zegt dat over Maria in tegenstelling tot haar man Zacharias. Maria als voorbeeld, om alleen in geloof te leven. Sola scriptura: dan ook de bijbel serieus nemen als Maria daarin zeggen mag ‘Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen’ (Luc. 1:48) – en daar dus aan meedoen.

Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen probleem zou zijn met een oecumenische Maria feestdag, waarin Rooms en protestant samen Maria gelukkig prijzen. De drie slagzinnen van de reformatie wijzen op het enige waarop het werkelijk aankomt: Solus Christus. Alleen door Hem ontvangen we genade op genade (Joh. 1:16). Het geloof richt zich dan ook alleen op Hem, de drager van de enige naam op aarde die de mens redding biedt (Hand. 4:12). De Schrift is in haar geheel getuigenis van Hem (Joh. 5:39). Het probleem van de nieuwere Maria-dogma’s in de Rooms-katholieke kerk (over de onbevlekte ontvangenis en de hemelvaart van Maria) is dat ze het Solus Christus bedreigen. Maria wordt wel heel erg op één lijn gesteld met haar Zoon. God zij dank is er geen dogma gekomen over Maria als medeverlosseres. Maar de roep om dat dogma heeft wel herhaaldelijk geklonken. Het illustreert het gevaar van de andere genoemde leeruitspraken.

Dr. Munsterman doet het voorstel deze dogma’s ‘niet al te historisch en letterlijk’ te nemen, maar te kijken ‘naar de theologische en symbolische bedoeling’. Op die bedoeling ben ik nu juist niet helemaal gerust. Maar zijn voorstel wijst wel in de goede richting: laten we naar aanleiding van de feestdag voor Maria grondig en eerlijk doorspreken over wat ons verbindt en wat ons scheidt als het gaat om de moeder van onze Heer.

Binnenkort vieren we Hervormingsdag, 31 oktober. Als zelfs een gebeurtenis uit de kerkgeschiedenis een feestdag waard is, dan toch zeker dit heel bijzondere moment uit de heilsgeschiedenis, de boodschap aan de maagd Maria. Ik steun het voorstel om er een oecumenische feestdag voor Maria van te maken.

Barend Kamphuis

Share