NSmei2019Op woensdag 29 mei werd in Dordrecht de vierde en laatste Nationale Synode gehouden. Deze synode is in 2009 opgezet om het onderlinge geloofsgesprek tussen gelovigen van verschillende kerken te bevorderen. Hoogtepunt van de zitting was de ondertekening van de ‘Verklaring van verbondenheid’ door maar liefst 40 (protestantse) kerken.

Het hart van de verklaring bestaat uit een verbondsluiting: “Wij weten ons samen verbonden met de oude christelijke kerk die haar geloof onder woorden heeft gebracht in de belijdenis van Nicea. Wij sluiten daarom met elkaar een ‘verbond’ voor het aangezicht van God. Hij is het die met ons eerst Zijn verbond heeft gesloten, door het bloed van Jezus Christus. In dat verbond mogen wij vertrouwen op de liefde van de levende God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Navolgend de lijn van Gods aloude verbondsvolk sluiten wij nu ook zo’n verbond met elkaar om God te dienen, zoals in Jozua 24. Wij spreken uit dat wij elkaar liefhebben en op elkaar rekenen en dat wij bereid zijn elkaar te helpen. In het verleden hebben wij vaak langs elkaar heen geleefd. Wij leven nu in een totaal andere tijd, waarin christen-zijn betekent tot een minderheid in ons land te horen. Wij verootmoedigen ons en wij verklaren dat wij elkaar blijvend zullen zoeken”. Aan het slot wordt Johannes 17 geciteerd, het gebed van Jezus om eenheid tussen alle gelovigen, waarna gezegd wordt: ‘Deze eenheid gaat boven organisatorische of institutionele eenheid uit. Tegelijk roept deze eenheid in Christus ons op om zoveel mogelijk concreet onze verbondenheid vorm te geven. Wij hopen dat het verbond dat wij vandaag sluiten daaraan mag bijdragen’.

Vanuit het perspectief van het Oecumenisch Forum voor Katholiciteit kan deze verklaring alleen maar met blijdschap worden begroet. Het is niet niks als 40 kerken na eeuwen van verdeeldheid en strijd met elkaar een verbond sluiten! Deze stap op weg naar eenheid is dan ook een bemoedigend teken van de ernst waarmee het Nederlandse protestantisme bezig is de repeterende breuk van de verdeeldheid te herstellen.

Mooi is ook dat de Verklaring deze stap niet ziet als eindpunt, maar als een oproep om aan die eenheid ook concreet – d.w.z. organisatorisch en institutioneel – vorm te geven. Een verrassende eerste stap in die richting was de mededeling van de stuurgroep aan het eind van de bijeenkomst, dat er gewerkt wordt aan het vestigen van een bijzondere leerstoel voor de katholiciteit van de kerk. De Protestantse Theologische Universiteit, de vrijgemaakt-gereformeerde Theologische Universiteit Kampen en de christelijk-gereformeerde Theologische Universiteit Apeldoorn hebben de toezegging gedaan zich daar gezamenlijk voor te gaan gedrieën inzetten. Voor de toekomst van de oecumene zal er veel van afhangen wie die leerstoel gaat bezetten en vooral hoe die zal worden ingevuld. Misschien is het een idee om steeds wisselende docenten uit de hele oecumene in te huren – dus ook rooms-katholieke, oud-katholieke, anglicaanse en orthodoxe – zodat de studenten (en de kerken waarin zij later werkzaam zullen zijn) gaan ontdekken, dat katholiciteit meer is dan geestelijke verbondenheid en alles te maken heeft met wat de verklaring noemt ‘organisatorische en institutionele eenheid’. Paulus noemt de kerk het lichaam van Christus. Zij is dus een lichaam en heeft een structuur. De theoloog Henk Berkhof zei ooit, toen hij daarover sprak: een lichaam zonder Geest is een lijk (het gevaar van alleen maar institutionele eenheid), maar een Geest zonder lichaam is een spook (het gevaar van alleen maar geestelijke eenheid). Waarvan akte!